donderdag 22 mei 2008

Roodkapje & de Genen



Ooit stond er een man druipend van regen en snot bij Zus op de stoep. Hij was op zoek naar zijn vrouw en kinderen die in hetzelfde gebouw als Zus moesten wonen.
Zus had medelijden met het hopeloze tiep en nodigde hem binnen uit. Ze gaf hem te drinken, reikte tissues aan en dacht met hem mee waar zijn gezin zou kunnen zijn. Natuurlijk mocht hij gebruik maken van de telefoon. Uiteindelijk wuifde Zus hem weer uit en wenste hem verder succes.
De volgende dag bleek in de krant dat de man zijn geliefden had gevonden. Hij had eerst zijn vrouw, toen zijn kinderen en vervolgens zichzelf om het leven gebracht.
Zus belt vanwege de instantcrisis in mijn zelfvertrouwen enkele malen per dag voor therapeutische bijstand en dit verhaal komt als antwoord op mijn huilerige vraag waarom ik nooit de klootzakken van de goeien kan onderscheiden.
Was de vraag nog huilerig van verdriet, aan het einde van dit verhaal lach ik tranen met tuiten.
'Bovendien zijn we genetisch verpest', beÃĢindigt Zus haar hilarische relaas.
Dat is volkomen waar.
Coole Ma stond als pompbediende in haar jonge jaren servicegericht als ze is, de voorruit van een auto streeploos te zemen. De auto was na een gewapende bankoverval met dodelijke afloop voor enkele betrokkenen in een wilde vluchtpoging bij haar op het pompstation terecht gekomen.
Zus en ik groeiden op in een huis waar de garagedeur altijd openstond zodat vrienden, buurjongens en vrienden van buurjongens na eventuele buitensluiting in het eigen huis bij ons op de bank konden overnachten.
Rooie oma was jaren geleden dolgelukkig toen ook zij eindelijk een Marokkaanse buurvrouw kreeg, zodat ze zich kon verdiepen in het serveren van authentieke muntthee.
Zus wijst mij er vervolgens dat dit genetisch defect ook wonderschone kanten kent. Ze kent niemand met zo'n uitgebreide lieve hartelijke vriendenkring als ik heb.
Dat is waar, toch sputter ik, vernederd als ik ben, toch nog wat mopperig tegen.
Zus begint ineens keihard te schaterlachen.
'Ik weet wat wij hebben! Wij hebben het Roodkapjesyndroom!
Al stinkt als een wolf, heeft het oren als een wolf, toch denken wij met een wit poedeltje te maken te hebben.'
Grootmoeder, wat heeft u grote tanden...

Geen opmerkingen: