maandag 26 mei 2008

Stilleven

'Jongens vandaag wil ik het met jullie hebben over het Kubisme', zeg ik tegen mijn leerlingen.
Ik vertel over deze belangrijke kunststroming aan het begin van de vorige eeuw.
Over de aanzet van Cezanne, over de werken van Picasso en Braque. Over de invloed van Afrikaanse sculpturen, over verwarrend perspectief.
De kinderen snappen mijn uitleg niet. Ik probeer het opnieuw.
'Weten jullie nog wat je moet doen bij een stilleven?'Iedereen zwijgt afwachtend. 'Je blijft staan op dezelfde plek, want anders wordt je tekening steeds anders.' Nu valt het muntje.
'Kijk eens naar mijn gezicht. ' Allen kijken naar mijn frontaal gepresenteerde gezicht. 'Nu zie je twee ogen, mijn neus en mond van voren. En nu?
Ik draai mijn hoofd zodat ze alleen mijn profiel zien. Nu zie je een oog en mijn neus en mond aan de zijkant. De kubisten probeerden alle kanten waarop je iets kan zien te tekenen in een schilderij. Dat gaan we vandaag doen, we gaan iets van alle kanten bekijken en dan alles tekenen...'
De kinderen gaan aan de slag en ik zie dat ze het begrepen hebben.
s'Avonds lig ik zielig suffend op de bank. Ineens schrik ik me wezenloos. Coole Ma bonkt in de keuken op het raam: 'Wegwezen jij! Oprotten.' Het is dat ik geen deegroller heb, anders had ze die ongetwijfeld rondgezwaaid naar datgene wat zich in mijn voortuin bevindt.
Ik open de voordeur en zie M'Amour verstijfd van stress en schrik in de voortuin staan. De laatste die ik ooit had verwacht na die afschuwelijke reeks van kwetsende, hufterige zelfs racistische sms-jes die ik een paar dagen daarvoor van hem heb mogen ontvangen.'
'Wat doe jij hier? Ben jij helemaal gek geworden? Ik wil jou nooit meer zien!' bijt ik hem toe terwijl ik mij vastklamp aan de deurpost vanwege klapperende knieƫn. 'Je hebt genoeg gedaan met die kut sms-jes van je. Ik ben boos. Iedereen is boos op je!
M'Amour houdt het keukenraam angstvallig in de gaten. Hij reikt mij een briefje aan met gestrekte arm: 'Bel me, ik leg alles uit. Ik ga nu terug naar de bus.'
Hij draait zich om en loopt weg.
Bibberend lees ik het briefje. Bel me lief, staat er, met verder een ander 06- nummer dan hij eerst had. Twee uur reizen om mij dit vodje papier te overhandigen, ik begrijp er helemaal niks meer van.
De volgende dag bel ik hem en hoor ik het verhaal. Een verhaal zo krankzinnig dat het wel waar moet zijn.
Natuurlijk spui ik eerst al die afschuwelijke berichten die ik heb gekregen. Ik hoor M'Amour bijna gek worden van frustratie aan de andere kant van de lijn. 'Ik was het niet, echt waar!'
Op het moment dat de Sms-jes begonnen was hij zo'n 20 kilometer verwijderd van zijn telefoon, die was gestolen.
Het verhaal dat hij vertelt is er een met een hoog soapgehalte. Wraak, chantage, afgunst zijn de onfrisse hoofdingrediƫnten. Ik haat soaps.
Dankzij eerdere vertrouwelijke gesprekken in goede tijden, weet ik dat het waar is, wat hij vertelt.
Ik huil tranen met tuiten als ik hem vertel dat ik ondanks dat ik hem geloof, zo niet met hem verder kan. Dat ik mijzelf en mijn kind moet beschermen. Dat ik mijn leven te belangrijk vind om nu onderuit geschoffeld te worden. Dat ik geen gevaarlijke idioten kan toelaten in mijn net weer opgebouwde bestaan. Hij moet eerst zijn problemen oplossen zodat hij mijn minigezin er niet in mee kan sleuren.
M'Amour begrijpt de ernst van de zaak en vraagt mij zijn schaamte over te brengen naar Puberzoon en Coole Ma. Hij gaat rigoureus dappere stappen ondernemen tegen dit kwaad.
( oh, takkewijf Rita Verdonk, ik zou je verhalen kunnen vertellen...)
M'Amour en ik werken nu afzonderlijk aan ons eigen stilleven.
Hij aan een stabiele basis voor zijn bestaan. Een eigen perspectief voor de toekomst.
Ik werk aan mijn geweldige plannen voor de Dorpsacademie. Net zo belangrijk, maar een stuk leuker dan wat hij moet doen, ben ik bang.
Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren...


Geen opmerkingen: