maandag 30 juni 2008

Ondelen


In bus 4 richting Cartesiusweg is het warm en zonnig. De chauffeur heeft zacht de radio aan en ik sufkijk wat door het raam. En ineens op die dinsdagmiddag in 1993 begrijp ik zomaar de Kooi van Faraday. (Kooi van Faraday, genoemd naar Michael Faraday, is de benaming voor een kooivormige constructie van elektrisch geleidend materiaal zoals koper of ijzer dat er voor zorgt dat elektromagnetische straling niet tot binnen de kooi kan doordringen.)
Acht jaar na de les waarin de wanhopige natuurkundeleraar met bloeddoorlopen ogen het opgaf te proberen het fenomeen aan mij uit te leggen.
Zomaar!
Een waar Godwonder en ik hoop van harte dat desbetreffende leraar dit leest. Het was niet lang na die les, maar pas nadat ook nog de zwaar bebrilde scheikunde amanuensis mij had toevertrouwd dat de leraar en hij zo graag bij me stonden met proefjes doen, 'want dan kon je zo lachen', dat ik besloot van richting te veranderen. Dan maar niet luisteren naar mijn vader en die vervloekte campagne: Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid!
Er waren in de jaren 80 twee overheidcampagnes: de ene was er op gericht om je doodsbang voor sex te maken met behulp van een rondfladderend bijtje. De andere campagne was dus bedoeld om wis-natuur- en scheikunde noodzakelijk te laten lijken voor een voorspoedig vrouwenleven.
In mijn geval dus complete geldverspilling geweest, allebei de campagnes.
Sinds dat euforische moment in bus 4 in 1993 hoopte ik op meer.
Later ontmoette ik de Don, een natuurwetenschappenstudent van de zware tak.
Heel veel later studeerde de Don af. (de Don denkt graag lang en diep na, dan moet je niet op een paar jaar kijken)
Hij studeerde af met een scriptie die nu al vele jaren in mijn huis rondzwerft. Op het toilet, naast het bed, onderin de kast, overal heeft het doorwrochte werkstuk al gelegen.
Mijn ontelbare pogingen de scriptie te lezen stranden altijd al bij de titel, die iets met snaartheorie is. Ook al weet ik dat het geen moer met gitaarles te maken heeft, zit ik in gedachten -plop- bij Jimi Hendrix of desnoods in een aflevering van Star Trek. Nooit kom ik die scriptie in.
Mijn gedachten spacen weg...
De Don heeft het mij vergeven en nu praten we gewoon altijd over Seinfeld en andere zaken van wezenlijk belang.
Desondanks wachtte ik tot op heden op een nieuwe epifanie.
Tot op heden.
Vandaag is de dag dat ik eindelijk weer iets snap!
Vanavond dwing ik mijzelf tot het lezen van de laatste katernen van de twee kranten die ik altijd op zaterdag heb. Anders is het zonde van het geld.
Op de voorpagina van de Wetenschap & Onderwijs staat een intrigerend artikel.
Van de vier woorden begrijp ik er drie niet, maar toch...
Ik begrijp ondeeltjes supergoed!
De nieuwste hype in de theoretische natuurkunde volgens de NRC van afgelopen zaterdag.
Met behulp van de bijbehorende prachtige foto en een slimme verwijzing naar bloemkool in het artikel, kom ik al een heel eind.
Wat God, vriendin Vlaamsch Visje en bijvoorbeeld een keukenstoel met vier poten er verder mee te maken hebben, hoop ik u binnenkort uit te leggen.
Maar ondelen zijn buitengewoon boeiend, neem dat van me aan!

zondag 22 juni 2008

Leesstof


Door de eeuwen heen heeft de mensheid al vele verslavingen gekend.
Sex, God, voetbal, alcohol en drugs zijn de meest algemeen voorkomende.
Maar ook het eten van uitsluitend ananasjam, het verafgoden van Tokio Hotel en fanatiek bloggen zijn bekende dwangneuroses.
Een mens kan aan alles verslaafd raken. Of dat nu het snuiven van tabak, of het snuiven van solutie of cocaïne is.
Zoonlief en ik snuiven ons ook gek door mijn verslaving. Stofwolken zorgen ervoor dat de neus begint te lopen en de ogen kriebelig prikken.
Mijn boekenverslaving heeft het huis overgenomen.
Ineens heb ik er genoeg van. En ongeacht het moment en tijdstip moeten de boekenkasten uitgemest worden.
Ooit lag er een literair verantwoord tiep in mijn bed die na gedane zaken zijn oog op mijn chaotische boekenkasten liet vallen.
Hij slaakte een kreet van afschuw doordat Tirza van Arnon Grunberg tussen de sleutelroman Pinkeltje ontmoet Wolkewietje en Donderkopje, Eefjes beste vriendin was terechtgekomen.
Ook de Koran ingeklemd tussen de Kamasutra en het Grote Kamerplantenboek wekte bevreemding op. Terecht. Het is een schande hoe het er uit ziet.
Maar dat gaat nu veranderen!
Puberzoon moet meehelpen maar wonderwel duikt hij meteen enthousiast op de klus.
Niet alleen heb ik mijn kind genetisch verpest met een grote leeshonger ook heb ik hem opgezadeld met een kinderboekencollectie van grootsteedse bibliotheekachtige allure.
Dit gecombineerd met mijn levenslange zucht naar lectuur, literatuur en alles wat verder nog gedrukt wordt, maakt de chaos compleet.
Verder ben ik een beroerde huisvrouw, dus tel uit je winst.
Terwijl de stofwolken in de rondte vliegen trekken zoon en ik vrolijk de planken leeg en storten de boeken op het bed.
Kan dat ook meteen verschoond worden. Daarom haat ik huishoudelijke klussen, het zijn net dominostenen. Het een laat het ander omvallen.
Het is stil...
Na enige tijd kijk ik op en grijp ik in.
De zon staat al laag en zoonlief en ik zitten tussen de berg boeken te lezen.
Ik herlees mijn eigen gedachten in mijn verzameling studiedummies. Vol artistiek gejammer en snelle portretschetsen van mijn toenmalige en - achterafbeschouwd- erg lelijke vriendje.
Een oude Rijamagenda vol hartjes, domme limericks en met mooie geairbrushte plaatjes van Gerry the Cat, de illustrator die ik toen geweldig gaaf vond.
Puberzoon zit tussen de stoffige stapels verdiept in boeken waar hij te jong voor is.
Dit is een cruciaal punt in het boekenkast-opruim-proces.
Het breekpunt.
Verklaar ik mezelf voor verloren qua tijd en omvang van de ramp en kieper ik nu alle boeken weer terug in de kast om over enkele maanden weer een poging te wagen of laat ik zien dat ik moedig ben?
Ik kies voor het laatste en onder elkaar voortdurend een halt toeroepen als we leesdrift krijgen, krijgen zoonlief en ik het voor elkaar.
Kleine kinderboeken in de boekenkist, Dante staat fijn naast Boccaccio en Kluun en Wolkers bij de Kamasutra. Poezie bij de Bijbel.
Nog niet echt een waterdicht systeem, maar wel prettiger om naar te kijken.
Een mij bekende alcoholist verstopte overal zijn flessen drank . In bureaulades, achter archiefmappen tot in de stortbak aan toe(voor gekoelde drank), overal hamsterde hij zijn noodvoorraden.
Terwijl ik blij tevreden het resultaat van deze opgeruimde kasten aanschouw en mijn ogen over de titels laat glijden, besef ik ineens dat er nog vele boeken missen.
Oh ja, de noodvooraden...
In servieskast, in de keukenkast.
Het atelier en de stapels bij het bed.
Om maar een paar verstopplekken te noemen.
Vanaf nu en voor de rest van leven knijp ik mijn ogen dicht in de buurt van die verdomde verslavingshaard genaamd boekhandel.
Gewoon niets meer kopen, dat kan ik best!
Want het ergste moet nog komen:
Ik heb al maanden geen letter gelezen!!!!

woensdag 18 juni 2008

EK Lingerie


In de auto, aan het begin van het EK hoor ik er op 3FM radio voor het eerst over.
Ik hoor het verhaal maar half, maar het spreekt tot de verbeelding, dat EK Lingerie.
Misschien heb ik eindelijk een ingang tot het gezellige volksjolijt te pakken. Ik voel me namelijk erg eenzaam deze weken. Buitengesloten.
De hele straat is oranje en iedereen praat over dingen waar ik geen verstand van heb. Het lukt me niet. Ik kan het niet.
Oranje is altijd een van mijn favoriete kleuren geweest. Bitterballen zal ik vanwege vermeend vlees weliswaar nooit eten maar mezelf gek kleden en bier drinken doe ik het hele jaar door, dus ik zou er ontzettend aanleg voor moeten hebben, dat voetbalgedoe.
Ik heb het echt geprobeerd, net als met de muziek van Jan Smit en kijken naar Piet Paulusma zonder te braken, maar, vergeet het maar.
Het is me nog nooit langer dan 5 minuten gelukt om naar het voetbal te kijken. Zo saai.
Nou ja, nooit...
Eenmaal beleefde ik een geweldige voetbalavond. Aan het einde van een woest onstuimig afstudeerjaar was er een WK.
Wij, studieverloofde Napoleon en ik, hadden de tv in ons betonnen tuintje gesleept en de buurstudenten waren er, zoals het meubilair betaamt, ook.
Het was vast een wedstrijd met Brazilie want Grandmaster M (toen nog gewoon L'ill M) verbrandde oregano en tuinplanten op de BBQ voor het voodoo effect.
Er was bier en er waren kippenpootjes, die genereus gedeeld werden met de bovenstudentenburen die vanaf hun balkon gewoon hun hengel uitwierpen waarop het boutje aan de haak geslagen werd en weer naar boven getransporteerd.
L'ill M fikte uit pure wanhoop en dronkenschap vervolgens de poppetjes van het tafelvoetbalspel op rituele wijze en ik lachte me slap.
Dat was een goede wedstrijd!
Vijftien jaar geleden...
Sindsdien heb ik nooit meer wat meegemaakt, op voetbalgebied dan.
Maar dat EK Lingerie dat zag ik wel zitten, lingerie is mijn ding, vanaf mijn allereerste bh ben ik hooked; )
Ik heb het programma ondertussen gezien. Ik kon niet anders, ze onderbraken er een film voor.
Wat valt dat tegen!
In mijn fantasie zag ik de beste ontwerpen uit Parijs tegen die van Denemarken.
London- Berlin
Seamless of baleinen?
Torselet versus balconnet
Sportondergoed maar ook fijn Oh-La-La frivools gedragen door Pannachicks of hoe die stoere meiden die aan straatvoetbal doen ook mogen heten.
Sex and the City meets Urbnn sports.
Helaas.
Het ziet er totaal anders uit.
Het programma blijkt gefilmd in lelijk koud licht en te gaan om best mooie maar magere meiden die steeds dezelfde bh en onderbroek dragen.
En bovendien niet kunnen voetballen.
Het schijnt trouwens wel heel populair te zijn.
Ik kan het niet...







zaterdag 14 juni 2008

Heb je het al gehoord?


De gemiddelde mens is - naar mijn bescheiden mening - te stom om voor de duvel te dansen. En slecht bovendien.
Dit gezegd hebbende, besef ik dat u mij wat zuur moet vinden.
Dat kan kloppen. Niet alleen omdat ik zojuist met mijn natuurlijke bevalligheid een grote pot augurken van grote hoogte op de stenen vloer heb laten stuiteren met een gigantische fontein van augurkenazijn over mijn hoofd als resultaat, maar vooral vanwege een bericht dat ik gisteren in mijn mailbox aantrof.
Daar kwam zo'n weerzinwekkende walm vanaf dat ik even mijn gal moet spugen.
Het bericht verhaalde van het leed van een bevriend gezin dat gebukt gaat onder een al maandenlange lastercampagne in onze plattelandsgemeente.
Roddel moet wel zo oud zijn als de mensheid. Het lijkt me niet meer dan logisch dat wanneer je - zoals in de middeleeuwen- als horige je net rijpe dochter moet afstaan aan de landheer om haar door hem te laten ontmaagden, je dan kwaad spreekt over die engerd. Of dat je meneer pastoor met argusogen in de gaten houdt omdat deze zich zelfs bemoeit met wat jij moet doen in de bedstede.
Maar dat juist tegenwoordig roddelen zo populair is, verbaast mij.
Voelt de gemiddelde mens zich dan zo minderwaardig dat het bezig zijn met het leven van een ander belangrijker is dan het eigen armzalig oninteressante bestaan?
We vreten het leed van anderen als ware het ijs met slagroom.
Als ik het aanbod mag geloven van programma's, tijdschriften en zelfs de artikelen in wat vroeger de serieuze pers genoemd werd, dan is er niets belangrijker dan het liefdesleven van de sterren of de zogenaamde misstappen begaan door elk mens dat zijn kop boven het maaiveld uitsteekt en daarom gelaten de functie van schietschijf op zich dient te nemen.
Hoe heerlijk zijn clandestiene beelden van een vreemdgaand soapsterretje of de escapades van de excentrieke zangeres! De intieme details over het sexleven van de keeper.
Achterklap als zoete troost voor de minder getalenteerden en gefortuneerden.
Het schurkend gezellige gevoel van verbondenheid dat het vertellen van een verhaal over een andere wereldburger of dorpsgenoot oplevert, is wel een beschadigd mens waard.
Wij mensen zijn kuddedieren en om dicht bij elkaar te blijven, verstootten we geregeld een soortgenoot.
Gewoon op basis van niks.
De dikke duim als bron.
Zo zalig zoet als de roddels bij de nietbetrokkenen naar binnen glijden, zo zuur is het voor de onderwerpen van gesprek.
De gemiddelde mens is dom en slecht en dol op roddelen, ik noemde het al.
Daar u mijn lezer bent, kunt u niet gemiddeld zijn.






donderdag 12 juni 2008

Jarig!


Terwijl ik in Utrecht voor het zoveelste rode stoplicht sta te wachten, kijk ik in de achteruitkijkspiegel naar mijn gezicht.
Ik zie geen enkel verschil met het ochtendhoofd dat ik gisteren ook zag.
Niets dat er op kan duiden dat ik weer een jaar ouder ben.
Jarig zijn is een magische bezigheid.
Als klein meisje wilde ik heel graag krullen voor mijn verjaardag hebben, want ik had een gloeiende hekel aan mijn steile pieken en ik verafgoodde Shirley Temple. De avond voor mijn verjaardag draaide Coole Ma papillotten in mijn haar en ging ik feestelijk gestrikt naar bed.
De avond voor mijn verjaardag, die eeuwigdurende avond vol verwachting waarbij ik van opwinding nooit kon slapen en ik aan de geluiden die van beneden kwamen kon horen dat er slingers opgehangen werden of dat er iets anders spannends speciaal voor mij aan de gang was.
Eindeloos leek het te duren tot het ochtend was en iedereen met kadootjes kwam zingen aan mijn bed.
Mijn vader en moeder nog gewoon getrouwd, mijn zusje klein, irritant en lief. De ballonnen, de slingers. De mooie kadoos en een springlevende oma.
De mooiste dag in het jaar, mijn verjaardag!
Alleen die krullen waren een deceptie. Nadat Coole Ma de papillotten uit mijn haar had gehaald, bleek mijn haar tot mijn grote verdriet nog steeds even steil als voorheen.
Vanochtend ben ik weer toegezongen, nu door zoonlief en Coole Ma. Ik krijg koffie en croissantjes. Van puberzoon krijg ik een perfect schrift met leuke tekening om mijn roman in te schrijven en een echte pen met vullingen. Van Coole Ma en de nog in Limburg verblijvende Vader Jager krijg ik tot mijn grote vreugde een pannenset, waarmee ik in een klap gerehabiliteerd kan worden in het burgerbestaan.
Een serieuze pannenset, ongelooflijk, ik word nu toch echt volwassen!
Ondanks mijn verjaardag staken de bussen nog steeds en in de auto stromen de sms-jes binnen en eenmaal weer thuis blijkt ook de mailbox felicitaties te bevatten. Hoe heerlijk!
Ouder worden is een raar ding.
's Ochtends om zes uur voel ik mij zeker 65 en zie ik er ook zo uit.
's Middags tijdens de les ben ik regelmatig een jaar of 11 en fantaseer ik net zo hard mee over wat ik later ga worden.
Verdriet over het niet hebben van krullen is niet meer aan de orde. Soms baal ik wel dat ik een carrière als breakdanser nu toch wel kan vergeten en dat ik waarschijnlijk nooit zal leren skateboarden. Maar daar kom ik wel overheen...
Voor de rest vrees ik dat ik hopeloos verloren ben. Geen wijsheid met de jaren, ben ik bang maar nog altijd Sturm und Drang.
Ondanks de gevolgen van de zwaartekracht en het verschijnen van jaarringen in mijn gezicht, blijf ik altijd meisje. Dat heb ik al lang geleden besloten, na het lezen van Pippi Langkous.
Ik zwaai straks even naar de hemel naar al diegenen die er vandaag niet bij zijn en wentel mij vervolgens blij schaamteloos in alle liefde en aandacht die mij ten deel valt.
Weer een jaar erbij...
Wat een rijk leven heb ik toch!

maandag 9 juni 2008

Wii are the World

'Ik begin geloof ik autistisch te worden van mijn ondernemersplan', mail ik Sneaky Business Punk en vraag hem om zakelijk advies. Dat advies krijg ik en het legt precies de vinger op de zere plek.
Mijn onhoudbare overvolle takenlijst.
Het schrijven van een ondernemersplan is een ding; het weten te combineren met het tegelijkertijd al inrichten van het pand (lees latexen en sjouwen), het ritselen van spullen, het verzinnen van visitekaartjes en andere promo activiteiten tezamen met mijn normale werkzaamheden als het geven van lessen en het vervaardigen van kunstwerken is een hysterische hoeveelheid werk. Tel daarbij de twee heen-en weer ritten per dag naar Utrecht om mijn kind ondanks streekbusstaking scholing te laten krijgen en u begrijpt dat mijn balboekje vol is. Vergeet ik gemakshalve de zaken die ik de hele tijd vergeet; schoonmaken en opvoeden, het doen van boodschappen en de administratie.
De agenda is zo vol dat ik langzamerhand alle contact verlies met Moeder aarde. Het schijnt mooi weer te zijn want ik zweet achter de computer, in de auto en op het atelier.
's Nachts ben ik stiekem kunstenaar en denk aan tekeningen, muurschilderingen en mijn nog ongeschreven roman die tegen de verdrukking in blijft groeien.
Ik leef op koffie en sigaretten en intens smerige sultana's die nog in mijn tas zitten.
Met een hoofd vol gebakken hete lucht en een navel zo groot als de provincie Utrecht van het staren, heb ik geen enkele ruimte meer voor anderen. Ik word er niet leuker op...
Als een echte hoogvlieger schakel ik onbewust over op de automatische piloot, met alle kwalijke gevolgen van dien. Ik weet mensen niet meer te plaatsen, vergeet de namen van kinderen die ik les heb gegeven en eindig uitsluitend door de oplettendheid van een medeweggebruikster niet als tragische dode op een lullige rotonde bij Breukelen.
Met een venijnige pijnlijke prik genaamd migraine neemt de geest gas terug. Als ik zaterdagavond eindelijk weer zonder zonnebril tegen de schele hoofdpijn in mijn halfduister woonkamer kan zijn, vervloek ik mijzelf. Weer een aanval!
Hoe oud moet een mens worden om zichzelf in de hand te kunnen houden?
Goede voornemens worden gemaakt. De rustdag mag uitsluitend besteed worden aan de was, het afmaken van een schilderij en puberzoon.
Zoonlief is volledig in de ban van de EINDELIJK (na 3 maanden wachten) verworven Nintendo Wii.
Na gedaan schilder -en waswerk mag ik ook spelen.
In mijn jeugd besteedde ik vele gelukkige uren met vriendin Vlaams Visje op de tennisbaan.
Nu, een kwart eeuw later, pak ik de draad weer op in mijn eigen huiskamer.
Het schijnt dat er een voetbaltoernooi is, want mijn straat is ineens oranje.
Dat is gunstig want bij voetbal gelden ineens allerlei andere sociaal maatschappelijke betrekkingen.
Mensen zetten rare dingen op hun hoofd, drinken veel bier en vergaderingen gaan niet door.
In de oase van tijd die daardoor vrij komt, ga ik lekker tennissen naast de salontafel, met de tuindeur open. En als er gejuich komt-dat gun ik elke oranjefan van harte- zal dat op mezelf slaan.
Doen jullie het EK, doe ik Wimbledon...
Asics; Anima Sana in Corpero Sano.
Een gezonde geest in een gezond lichaam!

vrijdag 6 juni 2008

De Geschiedenis van mijn Rijbewijs (2)


Waar waren we gebleven?
Ik was zeven maanden zwanger en voelde ineens de nood aan een rijbewijs.
Mijn eerste rijles werd gegeven door een psychopaat. Dit is bewezen doordat ook de zoon van mijn leesmappenman zwaar door die krijsende instructeur was getraumatiseerd. (Een beetje onderzoek kan nooit kwaad.)
Na die les en inmiddels in het bezit van ferme rijangst bleek dat ik al betaald had voor een stoomcursus + rijexamen. De stoomcursus hield in dat ik vijf hele dagen in een auto moest door brengen met een gemoedelijke instructeur en een pensioengerechtigde, authentieke Amsterdamse, met ravenzwart lang haar, oorbellen die oorleltechnisch voor mij niet haalbaar zouden zijn en een stem om glas mee te snijden.Het was haar tiende poging of twintigste, misschien wel tot zelfmoord, daar wil ik vanaf zijn.
Ze was al bang voor de autogordel.
Na in die week dus vooral gewandeld te hebben ter bescherming van de instructeur en mijn ongeboren vrucht, kwam het reeds betaalde examen.
'Ik kan niet rijden hoor', zei ik tegen de examinatrice nadat ik een half uur bezig was geweest om mijn enorme zwangere buik achter het stuur te proppen.
En reed vooruit over de stoep en vervolgens tegen het verkeer in. Nog voor het einde van het CBR-parkeerterein had ik al diverse ingrepen mogen meemaken.
'Ik vind het zo zonde van mijn geld, mag het geen les worden?' vroeg ik ter hoogte van de slagbomen.
Het werd een hele goede rijles met een bijzonder gesprek over kinderen als bonus.
Vervolgens jaren niet gereden.
Heel vaak bus 140 (Ja kinderen, vroeger reden er nog streekbussen ; (
Tot Jacob in mijn leven verscheen en mij, zoals het een bijbels figuur betaamt, heeft gered.
Het duurde vele lessen, eindeloos veel flauwe grapjes, veel gesprekken over een enthousiast gedeelde liefde voor jongeren en vooral zijn stilzwijgende inzicht over wat er op dat moment allemaal echt in mijn leven gaande was. Mijn onzekerheid, mijn angsten.
Zijn troostrijke omvang, de bakkies koffie bij de benzinepomp die eerst waarschijnlijk en toen echt moest gaan sluiten. Zodat het echtpaar dat de pomp runde ontslagen zou worden.
Sly & the top 2000.
Snelle Jelle (die hij overigens aan de lopende band at)
Rechts heeft voorrang.
De opgestoken middelvinger mag alleen ter hoogte van het dashboardkastje
'Nie Fietsie?', bij elke rotonde.
Uiteindelijk slaagde ik in de enige weken die tegen alle Al Goretrends in, gewoon vol sneeuw en ijs waren, bij een vrouw die dezelfde achternaam droeg als de Tank, mijn -in die week met veel bombarie geboren- neefje.
Mijn tweede naam is Jacoba.
Sommige dingen lijken zo gewoon, zeker als je, zoals ik, dankzij het stakende streekvervoer wel erg veel op de A2 rondhangt...
Als Jacob nu naast me zou zitten zou hij boos worden.
Over de hoogte van de opgestoken middelvinger en mijn snelheid.
Maar ik hoop ook stiekem trots...
Want damn...
Wat voel ik me nog steeds stoer achter het stuur!

maandag 2 juni 2008

De Geschiedenis van mijn Rijbewijs



Soms rijdt hij me ineens tegemoet en zwaait dan zo joviaal, dat het lijkt of de hele auto me vrolijk gedag zegt. Zijn de cartoonfiguren Transformers nog eng agressief in hun technische uiterlijk, bij deze man is de vergroeiing met zijn wagen volmaakt organisch ontstaan.
Vriendelijk.
Jacob is zijn auto.
Naast hem zit altijd een jong mens met grote ogen, stijve nekspieren en witte knokkels.
Zo heb ik ook jaren naast hem gezeten. Hevig zwetend in mijn tshirt, ook al vroor het dat het kraakte. Vloekend. Bleek met koortsig rode wangen. Huilend of er net tegenaan...
Maar toen ook pratend, lachend. Trots.
Jacob is de man die mij na jaren tobben leerde autorijden.
Dankzij mijn stakende goede vrienden van het Streekvervoer besteed ik veel tijd in de auto deze dagen. Al dan niet rijdend of stilstaand doe ik vier keer per dag de A2, naar puberzoons school en terug. Tijd genoeg om na te denken.
Mijn eerste rij-instructeur was een psychopatische idioot; ik weet werkelijk geen andere benaming voor dit stuk verdriet. Alhoewel gezegend met een omvang a la Moby Dick, want 7 maanden zwanger, stapte ik niet gemakkelijk maar wel blijmoedig, voor mijn eerste les in de leswagen.
Bij de eerste rotonde begon het onverwachte gekrijs rechts van mij en dat hield niet meer op. Nadat hij bij een te hard genomen hobbel tegen me over miskramen begon, is er iets bij mij geknapt.
Gelukkig niet mijn vliezen, maar toch...
Nooit wilde ik meer rijden, maar de stoomcursus van een week met inbegrepen rijexamen was al betaald.
Na die vijf dagen rijcursus verbleekt bij mij elk gevoel van mededogen bij bewoners van Gouden Kooien en andere ranzige quasi psycho-emo-sociale experimenten in commerciële tv land. Zij kiezen er vrijwillig voor om opgesloten te zitten met mafketels, ik toen niet. Ik wilde slechts leren autorijden, maar dat was onmogelijk met een hysterisch, door het vele leven getekend Nerveus Wrak op de achterbank.
Of nog erger, zij gillend achter het stuur en ik op de achterbank.
Haar tiende poging.
Mijn eerste rit door de spits in Utrecht resulteerde bijna in het platrijden van een grote partij blinden die daar tv opnamen op het zebrapad aan het maken waren. (Serieus! Op het journaal bleek het later om een nieuw stoplicht te gaan.)
Dit werd zelfs de innemende baardige rij-instructeur te machtig en we zijn net buiten Utrecht gestopt om een boswandeling te maken.
Veel gewandeld die week. Aan zee, in winkelcentra, de man deed er alles aan om maar niet met ons in een auto te zitten.
Ik gaf hem groot gelijk.
Toen kwam het rijexamen...
( Wordt vervolgd...)