maandag 2 juni 2008

De Geschiedenis van mijn Rijbewijs



Soms rijdt hij me ineens tegemoet en zwaait dan zo joviaal, dat het lijkt of de hele auto me vrolijk gedag zegt. Zijn de cartoonfiguren Transformers nog eng agressief in hun technische uiterlijk, bij deze man is de vergroeiing met zijn wagen volmaakt organisch ontstaan.
Vriendelijk.
Jacob is zijn auto.
Naast hem zit altijd een jong mens met grote ogen, stijve nekspieren en witte knokkels.
Zo heb ik ook jaren naast hem gezeten. Hevig zwetend in mijn tshirt, ook al vroor het dat het kraakte. Vloekend. Bleek met koortsig rode wangen. Huilend of er net tegenaan...
Maar toen ook pratend, lachend. Trots.
Jacob is de man die mij na jaren tobben leerde autorijden.
Dankzij mijn stakende goede vrienden van het Streekvervoer besteed ik veel tijd in de auto deze dagen. Al dan niet rijdend of stilstaand doe ik vier keer per dag de A2, naar puberzoons school en terug. Tijd genoeg om na te denken.
Mijn eerste rij-instructeur was een psychopatische idioot; ik weet werkelijk geen andere benaming voor dit stuk verdriet. Alhoewel gezegend met een omvang a la Moby Dick, want 7 maanden zwanger, stapte ik niet gemakkelijk maar wel blijmoedig, voor mijn eerste les in de leswagen.
Bij de eerste rotonde begon het onverwachte gekrijs rechts van mij en dat hield niet meer op. Nadat hij bij een te hard genomen hobbel tegen me over miskramen begon, is er iets bij mij geknapt.
Gelukkig niet mijn vliezen, maar toch...
Nooit wilde ik meer rijden, maar de stoomcursus van een week met inbegrepen rijexamen was al betaald.
Na die vijf dagen rijcursus verbleekt bij mij elk gevoel van mededogen bij bewoners van Gouden Kooien en andere ranzige quasi psycho-emo-sociale experimenten in commerciƫle tv land. Zij kiezen er vrijwillig voor om opgesloten te zitten met mafketels, ik toen niet. Ik wilde slechts leren autorijden, maar dat was onmogelijk met een hysterisch, door het vele leven getekend Nerveus Wrak op de achterbank.
Of nog erger, zij gillend achter het stuur en ik op de achterbank.
Haar tiende poging.
Mijn eerste rit door de spits in Utrecht resulteerde bijna in het platrijden van een grote partij blinden die daar tv opnamen op het zebrapad aan het maken waren. (Serieus! Op het journaal bleek het later om een nieuw stoplicht te gaan.)
Dit werd zelfs de innemende baardige rij-instructeur te machtig en we zijn net buiten Utrecht gestopt om een boswandeling te maken.
Veel gewandeld die week. Aan zee, in winkelcentra, de man deed er alles aan om maar niet met ons in een auto te zitten.
Ik gaf hem groot gelijk.
Toen kwam het rijexamen...
( Wordt vervolgd...)

Geen opmerkingen: