dinsdag 24 september 2013

De kunst van het onbeschrijfbare gevoel

Dordrecht. De bel ging en de school liep leeg. Ik holde naar huis. Eindelijk de tijd om verder te werken aan mijn meubels voor het barbiehuis op de onderste twee planken van de handdoekenkast. Ik had nog een schoenendoos en als ik iets als lievelingsding zou mogen bestempelen was het wel een lege schoenendoos. Of dat metalen dingetje wat nieuwe sokken bij elkaar houdt en waar je mini-koptelefoons van kan maken voor Playmobielpoppetjes, daar hield ik ook van. Ik was zeven jaar en dacht vaak aan knutselen. Fijn om aan te denken vond ik dat. Rotterdam-Zuid. Oma roerde in haar oranje pannetje vol sudderlappen, tante Jen zat op de bank en ik zat aan tafel en keek uit het raam naar de tuin. De prachtige heel bijzondere tuin, helemaal voor die buurt was aangelegd door mijn opa, tuinman in Blijdorp. Voor me lag een dik kladblok met dun grauw papier, papier waar ik een beetje een hekel aan had omdat je er snel met je potlood door heen prikte. Maar dat deed er niet toe. Ik maakte een tekening voor oma van wat ik zag, het roodborstje dat een bad nam in de betonnen waterval die bij het vijvertje hoorde. Ik kleurde heel voorzichtig met potlood felrood op de vogels buik. Het was de beste tekening ooit. Ik liet de tekening aan oma zien en ze vond hem heel mooi. Tranen in haar ogen, maar dat kan ook zijn omdat opa dood was. Ik was vier jaar. FRESH! Ik had het op tv gezien, iedereen eigenlijk en het was het gaafste ooit. Letters op treinen en muren maar dan gekleurd en dik en stoer met leuke poppetjes. Dus tekenden alle jongens van de klas en ik onze schriften vol met die nieuwe ontdekking genaamd graffiti. In de tijd dat de basisschool nog lagere school heette en Amerika heel ver weg was. Ik was elf. Tienertoer. Mijn vriendinnen hadden de pest in. Ze waren voor mijn lol meegegaan naar Boymans maar dat we er ook nog lang moesten blijven was een tweede. Waarom konden we niet gewoon naar Rotterdam om te winkelen? Ik was vijftien en zweefde door de zalen van geluk. Zo mooi. Waarom zou een mens willen winkelen als hij zulke schilderijen kon zien? Dat is toch raar? Utrecht. Ik was een spons, een stuiterbal. Een droef vogeltje soms maar vooral hyper. Kunst was overal, in mijn hoofd, in mijn kamer, op mijn Hogeschool voor de Kunsten. Kunst maakten mijn handen. Mijn ogen vraten verf. Liever een penseel dan bier, een broodje klei boven een broodje camembert. Armoedig genoeg om in mijn blote kont voor anderen op de HKU te poseren, bikkel genoeg om lange nachten in de gehandicaptenzorg te draaien. Alles voor de muze. Van schilderlokaal naar atelier. Hoge ramen en houtskool en van die dingen. Ik was begin twintig en beeldend kunstenaar. Zomaar had het wat ik was een naam. Jeneke is nog liefer dan het liefeheersbeestje staat er op een tekening die aan een kast in het atelier hangt. Het zal je maar gezegd worden. Ik ben Jenneke van Wijngaarden en boven de veertig. Ik beheers aardig de kunst van het onbeschrijfbare gevoel. Ik teken, schilder, knutsel. Hanteer de spuitbus. Ik verkoop en maak werk in opdracht. Ik weet dingen over kunst en graffiti. Ik geef heel graag les aan ieder die maar wil. www.dorpsacademie.nl

Geen opmerkingen: